Botontkalking, botmedicatie en ingrepen in de kaak
Middelen tegen botontkalking veranderen hoe kaakbot geneest. Welke vier gegevens uw behandelaar nodig heeft, en waarom u nooit zelf met deze medicatie stopt.
Beoordeeld door tandarts Yiğit BalGeschreven in Turkije, door een tandarts. Klinikle is een kliniekengids en zelf geen kliniek – geen enkele praktijk betaalt om hier te staan en wij behandelen niet. Waar een pagina Turkije naast behandeling in Nederland of België legt, leest u dat het beste met die herkomst in het achterhoofd.
Laatst bijgewerkt:

Het eerlijke antwoord op de vraag of u met botmedicatie een tand mag laten trekken of een implantaat mag laten plaatsen, is dat het antwoord van vier dingen afhangt en van niemand die u op afstand spreekt. Welke groep medicijnen het is, in welke vorm u ze krijgt, hoe lang al, en waarvóór ze zijn voorgeschreven. Zonder die vier is elk antwoord een gok, ook een geruststellend antwoord.
Deze pagina gaat over de middelen die de botafbraak remmen: de groep die bij osteoporose wordt gebruikt, en dezelfde werkingsprincipes in veel hogere dosering bij bepaalde vormen van kanker. Over úw medicatie doet deze tekst geen uitspraak. Wat hieronder staat, is hoe de verantwoordelijkheden liggen en welk papier u nodig heeft.
Wat deze middelen met de botombouw doen
Bot is geen dood materiaal. Het wordt voortdurend afgebroken en weer opgebouwd, en die twee processen houden elkaar in evenwicht. Bij botontkalking wint de afbraak, en de middelen die daartegen worden voorgeschreven grijpen precies daar in: ze remmen de cellen die bot afbreken. Het bot wordt daardoor dichter en breekt minder snel. Dat is het doel en het werkt.
De keerzijde zit in de omkeerbaarheid van diezelfde rem. Kaakbot is het bot dat in het lichaam het hardst wordt aangesproken: het kauwt, het draagt tanden, en het staat via de tandkas in open verbinding met een mond vol bacteriën. Waar bot elders rustig kan liggen, moet kaakbot zich blijven verbouwen. Een lege tandkas na een extractie is een wond in bot dat zichzelf moet sluiten. Als de ombouw geremd is, kan dat sluiten uitblijven.
De aandoening die daaruit kan volgen, heet medicatiegerelateerde osteonecrose van de kaak. Het beeld waar de definitie om draait, is kaakbot dat bloot komt te liggen en weken tot maanden niet dichtgaat. Zeldzaam is het woord dat erbij hoort, maar zeldzaam is niet hetzelfde als verwaarloosbaar, en daarom staat het in elke richtlijn over dit onderwerp.
Het risico is niet één risico
Hier gaat het in gesprekken het vaakst mis, in beide richtingen. Iemand met een tablet tegen botontkalking leest een waarschuwing die geschreven is voor een oncologische dosering en schrikt zich wezenloos. Iemand met een infuus in de oncologie hoort ‘het valt wel mee’ omdat de spreker aan de tabletten dacht.
Het verschil is groot. Bij de dosering die voor osteoporose wordt gebruikt, meestal als tablet of als een injectie met een lange tussenpoos, is de kans klein. Bij de veel hogere doseringen die per infuus of per injectie in de oncologie worden gegeven, ligt de kans vele malen hoger – dat is geen kwestie van iets meer, maar van een andere categorie. Daarnaast spelen mee: hoe lang u het middel al gebruikt, of u er langdurig corticosteroïden naast krijgt, of er chemotherapie of bestraling in het hoofd-halsgebied heeft plaatsgevonden, en of u rookt of een slecht ingestelde diabetes heeft. Die laatste twee komen apart aan bod bij roken en implantaten en bij diabetes en een ingreep in de mond.
Naast de klassieke botremmers is er nog een groep die om dezelfde reden genoemd wordt: middelen die de bloedvatvorming remmen, doorgaans in de oncologie. Ze werken anders, maar in dit verband stellen ze dezelfde vraag.
Vier gegevens, en waar u ze vandaan haalt
Zet deze vier op één A4 en neem dat mee naar elk gesprek over uw gebit:
| Wat | Waarom het telt | Waar u het haalt |
|---|---|---|
| De groep waartoe het middel behoort | Bepaalt of het over botremming of over bloedvatremming gaat | Medicatieoverzicht van uw apotheek, met de werkzame stof |
| De toedieningsvorm | Tablet, injectie of infuus scheidt de lage van de hoge dosering | Hetzelfde overzicht, plus uw toedieningsschema |
| De startdatum | Duur van gebruik weegt mee, ook na stoppen | Apotheek of huisarts; de apotheek verstrekt dit op verzoek |
| De indicatie | Osteoporose of oncologie is de belangrijkste scheidslijn | Uw voorschrijver: huisarts, internist, reumatoloog of oncoloog |
Een medicatieoverzicht met alleen merknamen is hier niet genoeg, want handelsnamen verschillen per land. Vraag er de werkzame stoffen bij. Dat kost één telefoontje en het scheelt een behandelaar een middag zoeken.
De tandheelkundige controle hoort vóór de eerste gift
Dit is de zin die in de spreekkamer te weinig valt: als er nog niet met de medicatie is begonnen, is dít het moment voor uw gebit. Wortelresten, ontstoken kiezen en elementen die toch niet te behouden zijn, worden bij voorkeur behandeld voordat de botremming begint, zodat het bot nog ongehinderd kan genezen.
Loopt de behandeling al, dan is de volgorde omgedraaid maar het doel hetzelfde: voorkomen dat er ooit een spoedextractie nodig is. Dat betekent goede controle, goede mondhygiëne, en bij een kunstgebit letten op drukplekken, omdat een chronische wond van een knellende prothese hier ook telt als aanleiding.
Wat hier nadrukkelijk níét staat, is dat uw tanden niet meer getrokken kunnen worden. Bij de dosering die voor osteoporose wordt gebruikt, gaat een extractie in de regel gewoon door, met extra aandacht voor een rustige techniek, een nette wondsluiting en een controle erna. De medicatie verandert dus vooral hoe er gewerkt wordt en wie er meekijkt, niet óf het kan. Een kies die eruit moet, laten zitten omdat u een tablet slikt, brengt u verder van een oplossing af dan het trekken zelf.
Voor wie een uitgebreid plan in het buitenland overweegt, zit hier de zwaarste vraag. Een behandelweek waarin meerdere elementen worden getrokken en er implantaten en botopbouw bij komen, is bij deze medicatie geen vanzelfsprekend traject. Wat botopbouw sowieso met uw planning doet, staat bij te weinig kaakbot, botopbouw en sinuslift.
Stoppen is geen keuze die u zelf maakt
De reflex is begrijpelijk: als het middel het probleem is, stop ik er een tijdje mee. Doe dat niet, en laat het ook niet door een kliniek voorstellen.
Die medicatie is voorgeschreven om een heupfractuur of een wervelinzakking te voorkomen, of om botcomplicaties bij kanker af te remmen. Dat risico verdwijnt niet tijdens een pauze. Bovendien verdwijnt het middel bij sommige groepen niet snel uit het bot, zodat een korte pauze het bot niet terugzet in de oude staat. Of een pauze zinvol is, hoe lang, en met welk alternatief in de tussentijd: dat is een afweging voor de arts die het voorschrijft, in overleg met de tandarts of kaakchirurg die de ingreep doet.
Krijgt u van een niet-medisch aanspreekpunt bij een kliniek het bericht dat u ‘een paar maanden van tevoren moet stoppen’, behandel dat dan als een organisatorisch verzoek en leg het voor aan uw voorschrijver. Dezelfde bevoegdheidsgrens speelt bij bloedverdunners en ingrepen in de mond.
Waar een behandeling ver van huis op vastloopt
Twee dingen maken dit onderwerp anders dan de meeste.
Ten eerste de tijdlijn. Waar een gewone wond binnen twee weken laat zien hoe het gaat, kan dit beeld zich pas weken tot maanden na de ingreep aandienen. Tegen die tijd bent u allang thuis, is de behandelweek afgesloten en zit u met een klacht in een land waar niemand bij de ingreep aanwezig was. Wie het dan moet oppakken, is een vraag die u beter vooraf beantwoordt; wie buitenlands tandwerk herstelt gaat daarover.
Ten tweede de route hier. Dit is werk voor een kaakchirurg, en dat is in Nederland precies het deel van de mondzorg dat niet in de tandartsstoel maar in het ziekenhuis thuishoort – met een vergoedingsregime dat daarbij hoort. Wat daar wel en niet onder valt, staat bij de kaakchirurg en wat de basisverzekering vergoedt. In België loopt de verwijzing via uw tandarts of huisarts naar de dienst mond-, kaak- en aangezichtschirurgie van een ziekenhuis.
De signalen waarbij u niet tot de volgende controle wacht
Meld het volgende bij uw eigen tandarts, en vermeld daarbij altijd dat u botmedicatie gebruikt:
- Bot dat u met uw tong of in de spiegel bloot ziet liggen, op een plek waar tandvlees hoort te zitten.
- Een tandkas die weken na een extractie nog niet dicht is, of steeds opnieuw opengaat.
- Aanhoudende pijn in de kaak zonder duidelijke oorzaak, of een element dat zonder aanleiding losser gaat staan.
- Een nare smaak, pus of een blijvende zwelling in de kaak.
- Een doof gevoel in de onderlip dat niet weggaat.
Geen van die punten betekent op zichzelf dat er iets ernstigs aan de hand is. Wat ze gemeen hebben, is dat afwachten hier niets oplevert en vroeg melden wel. Neem bij dat bezoek uw medicatieoverzicht mee. De behandelaar die de vier gegevens uit de tabel meteen voor zich heeft, kan iets; de behandelaar die ernaar moet raden, kan alleen afwachten.
Deze pagina geeft algemene informatie en is geen medisch advies. Resultaten verschillen per persoon en of een behandeling voor u geschikt is, kan pas worden vastgesteld na lichamelijk onderzoek en beeldvorming door een bevoegde tandarts.
Verder lezen
Vertel ons wat u nodig heeft
Drie velden, meer niet. U krijgt antwoord van een tandarts in Turkije – geen verkoopgesprek, en geen e-mail of foto's nodig.